Wie langs DE FAAM loopt, voelt meteen dat dit een plek met geschiedenis en karakter is. Hier krijgt een bekende Bredase plek een nieuwe rol: met de schoorsteen als herkenningspunt, de oude gevels en het snoepverleden als smaakmaker. Voor Noor Aghina, projectontwikkelaar bij Synchroon, en Jos van Boxtel, ontwikkelingsmanager bij Stebru, is dat precies wat deze plek zo bijzonder maakt. In hun verhaal over DE FAAM gaat het niet alleen over nieuwe woningen, maar vooral over het maken van een buurt die iets van vroeger behoudt én ruimte geeft aan hoe we nu willen wonen: groen, comfortabel en een beetje eigenwijs.
Geen nieuwbouw zonder verhaal
Voor Noor en Jos zit de aantrekkingskracht van DE FAAM vooral in het feit dat deze plek al in het geheugen van Breda zit. Jos noemt het gebied de afronding van een stadsdeel dat de afgelopen jaren sterk is veranderd. “Wij leggen met DE FAAM eigenlijk het laatste puzzelstukje in de ontwikkeling van de Stationslaan in Breda”. Noor stipt de geschiedenis van de plek nog eens aan. “Het fabrieksverleden verweven met een nieuwe manier van wonen, geeft zo veel meer karakter aan een gebied dan een nieuwbouwproject ontwikkelen in een weiland.”
Juist dat maakt DE FAAM anders: hier bouw je niet zomaar iets nieuws, maar werk je verder aan een plek die de stad al kent.
Wat DE FAAM toevoegt aan Breda
In het interview komt steeds terug dat DE FAAM meer is dan alleen een nieuwbouwontwikkeling. Volgens Jos zit de kracht in de mix: verschillende doelgroepen, verschillende woonvormen en verschillende functies die samenkomen. “Dit past perfect op deze plek, zo dicht bij het centrum.”
Noor en Jos zien DE FAAM als een schakel tussen de Belcrum en de rest van het Liniekwartier, met een groene openbare ruimte en veel aandacht voor langzaam verkeer. Niet alleen prettig voor bewoners, maar ook voor de buurt. Dat maakt de ontwikkeling interessant: binnenstedelijk en dicht bij het station, maar niet hard of anoniem. Eerder een plek waar stads wonen samenkomt met rust, groen en een gevoel van nabijheid. Of, zoals Jos het omschrijft: een buurtje waar je elkaar persoonlijk kent.
Ontmoeting moet je ontwerpen
Ontmoeting wordt hier niet aan het toeval overgelaten. Volgens Noor begint dat heel concreet in de openbare ruimte. Vanuit die gedachte is gekeken naar plekken waar mensen niet alleen wonen, maar ook even blijven hangen. Noor noemt daar ook concrete voorbeelden bij, zoals de ruime entreehallen, vele bankjes, een gezamenlijke daktuin en fijne verblijfsplekken in en rond de gebouwen. Jos vult aan “Het doel is niet om ontmoeting op te leggen, maar om het mogelijk te maken. Zodat een praatje vanzelf ontstaat. Zodat je je buren leert kennen zonder dat het geforceerd voelt.”
Een verleden dat mee blijft doen
Ook het industriële snoepverleden blijft in DE FAAM zichtbaar aanwezig. Niet als decor, maar als iets dat echt mee mag doen in de nieuwe buurt. Dat begint al bij de naam. Volgens Jos heeft die eigenlijk nooit ter discussie gestaan: “Bij DE FAAM hoef je niet uit te leggen waar het ligt. Iedereen uit Breda en omstreken kent DE FAAM.”
Straks komt dat verleden op meerdere manieren terug. In het hergebruik van materialen, maar ook objecten die blijven behouden, zoals de fabriekshallen en de schoorsteen als duidelijk herkenningspunt. De kleuren van de gebouwen refereren naar de kleuren van het snoepgoed dat hier werd gemaakt. Ook vind je de vorm van de oorspronkelijke snoepjes terug in de gevels. Er komen historische elementen in entreehallen, die meer vertellen over de geschiedenis van de fabriek. Zelfs in de beplanting wordt gekeken naar het verleden, met onder andere dropplanten, munt en framboosstruiken als verwijzing naar het snoepverleden van deze plek.
Zorgvuldigheid in de keuzes
Ook blijkt hoeveel aandacht er schuilt in de keuzes achter het plan. Wat komt waar, hoe verhouden gebouwen zich tot elkaar, welke mix past op welke plek? Samengevat zegt Jos: “Door er heel veel over te praten, met ontwikkelpartners, architecten en de gemeente, viel alles op z’n plek.” Noor voegt daaraan toe: “Ook het vertalen van kleur en materiaal vraagt tijd, zeker als je zo duidelijk wilt verwijzen naar een snoepverleden moet dat zorgvuldig gebeuren. Juist daarin zit de kracht van het plan: niet kiezen voor het makkelijke, maar zoeken naar iets eigens dat ook op de lange termijn goed blijft voelen.”
Een plek die gaat leven
Misschien is dat wel de kern van het verhaal van de twee ontwikkelaars. DE FAAM moet als één geheel gaan voelen, een buurt waar je samenkomt en blijft voelen wat hier geweest is. Een plek met geschiedenis. Nieuw, maar met een ziel. Op de vraag wanneer DE FAAM voor hen geslaagd is, komen Noor en Jos dicht bij elkaar uit. Noor zegt: “Als je gewoon kan zien dat mensen blij zijn om hier te wonen.” Jos zegt: “Dat mensen écht thuiskomen.”
Precies daarin zit de kracht van DE FAAM. Niet in grote woorden, maar vooral in een gevoel van saamhorigheid en een fijn thuis. Bescheiden en persoonlijk, wat past in Breda, maar een tikkeltje eigenwijs.